Achter de schermen


26 juni, 2012

Door de kieren van het witte gordijn valt een agressieve straal licht de zwarte pump, daar achteloos neergesmeten, aan. Door het openstaande raam komt de winterochtend in alle heftigheid binnen: koud, scherp en nog onaangeraakt door de dag. De badkamerdeur staat open en het gebel van de voorbijrazende tram kaatst tegen de muren en het plafond.
Het is over. Dat besef voelt evenzo koud als deze winterochtend. Een hotelkamer was gisteravond een goede optie. Nu voelde het eenzaam en leeg. Na al zijn verhalen en bekentenissen had ze een tas gepakt en was zonder een woord vertrokken. Zelfs de voordeur had ze behoedzaam in het slot laten vallen. Geen geschreeuw, geen gejank, geen gevecht. Met een lege blik had ze hem aangekeken. Gekwetst en verdwaasd. Op het grindpad had ze zich gerealiseerd dat ze hier niet meer terug zou komen en eenmaal op haar hotelkamer was geschokt door de gedachten aan de hond: zou ze de prachtige, lieve, zwarte retriever ooit nog terugzien?
Na een lange, warme douche, was ze tussen de koele, schone lakens gegleden. Nadenken kon ze niet. Slapen ook niet. Uren had ze getuurd naar het gecompliceerde behangpatroon van goud, rood, blauw en geel terwijl de kou van de nacht bezit nam van de stad en haar hotelkamer. Haar slaap was vast en leeg geweest. Het verdriet en de pijn zaten nog klem in haar keel en hart. Uit ervaring weet ze dat tijd nodig is om het gemis, de woede en de pijn te voelen. Nu is daar nog geen ruimte voor en knaagt slechts de trek in een ontbijt…

De ontbijtzaal was nagenoeg leeg. In de hoek zat een vrouw alleen met een vol maar onaangeroerd bord en inmiddels koude koffie naar buiten te staren. Haar gezicht liet zien dat de nacht haar niet genadig was geweest. Een paar tafels verderop zaten twee vrouwen van eind dertig nog druk te praten. De andere hotelgasten hadden zich eerder die morgen ruimschoots tegoed gedaan aan het uitgebreide ontbijtbuffet en een ravage in de ontbijtzaal was het resultaat. Zoë schrok daar, na tien jaar als serveerster in dit traditionele familiehotel, niet meer van. Mouwen opstropen en opruimen. Om 12 uur moet het weer aan kant zijn voor de leesclub van de plaatselijke bibliotheek. In al die jaren heeft ze een efficiënt opruimsysteem ontwikkeld: eerst de buffettafels, dan de gastentafels en daarna de keuken. De buffettafels zijn zo leeg: servies naar de afwashulp, het overgebleven brood naar de keuken en kaas en vleeswaren in de koelkast. Daarna begint ze aan de tafels waar de hotelgasten gezeten hebben. Hotelgasten die zich niet aan de ontbijttijden houden en nog in de ontbijtzaal zitten terwijl ze opruimt, jaagt ze nooit weg. Ze schept een heimelijk genoeg in hen afluisteren. Personeel valt niet op of wordt genegeerd. Hotelgasten praten vrijuit en Zoë heeft alle verhalen die ze in de loop der jaren opgevangen heeft, opgeschreven. Een boek moet het worden. Een boek over de verhalen van de hotelgasten. Een boek over het hotel dat haar uiteindelijk uit het hotel weg zal halen. Een uitgever heeft ze al. De verhalen ook. Nu nog durven…

Terwijl de serveerster haast geruisloos en onzichtbaar opruimt, weet Judith dat ze het Roos zal vertellen. Hier. Aan deze tafel. In deze ontbijtzaal. In dit hotel. Tijdens dit weekend weg. Voor ze naar huis gaan. Het gesprek dat ze voeren over man, kinderen, werk en vakanties loopt synchroon met heel andere gedachten. Gedachten over Roos. Haar lach, haar blik, haar prachtige volle en zachte lijf. Al jaren gaat ze met Roos zo’n vijf, zes keer per jaar een lang weekend weg. Van Rome naar Maastricht en van Groningen naar New York; ze hebben het allemaal samen gezien en ontdekt. Samen op een hotelkamer, samen in het hotelbed. Al jaren zo goed bevriend en vele saunabezoeken verder dat dat gedeelde bed nooit een probleem geweest is of überhaupt ooit ook maar besproken is. Maar voor Judith is er iets veranderd. Ze wist dat al veel langer maar deze nacht voelde ze het als nooit tevoren. Ze wilde Roos aanraken, tegen haar aankruipen, zacht zoenen… Het was haast onmogelijk geweest om op haar eigen bedhelft te blijven liggen. Terwijl Roos sliep was ze stiekem steeds dichterbij gekropen; haar net niet aanraken maar haar wel kunnen ruiken en de warmte van haar lijf kunnen voelen. Ze had geen oog dichtgedaan. Maar wat was dit een heerlijke slapeloosheid geweest. En nu, aan de ontbijttafel, was dat gevoel niet weg. De komst van de ochtend en het daglicht had niets veranderd. Haar mond dichthouden was niet langer een optie. Ze onderbrak de drukke kwebbel van Roos: ‘Roos, ik moet je wat vertellen. Ik kan de consequenties niet overzien maar mijn mond houden kan ik niet langer. Ik ben verliefd op je. Ik wil je voelen, zoenen, aanraken…’ Terwijl Roos haar met grote ogen aanstaart, kijkt de serveerster die de tegenoverliggende tafel afruimde, haar met grote ogen aan. Het koffiekopje in haar handen rolt plotseling over de vloer. Porcelein op plavuizen. Dat klettert…

Facebook Twitter Stumbleupon Linkedin Pinterest

One Response to Achter de schermen

  1. Ja, geniet er maar van! (: Ik vind het hikrstatke jammer dat ik het lieve, warme en knuffelige wereldje van De Passie moet gaan verruilen voor de grote mensen wereld. Ik had er best nog wel een jaartje willen rondhangen.

    Olga op 17 juli 2012

Geef een reactie